Enkele weken geleden besliste de regering om een zogenaamde indexsprong “light” (of centenindex) in te voeren. Eenvoudig gezegd ging het om een index die werd begrensd op 4.000 euro bruto voor inkomens uit arbeid en op 2.000 euro voor sociale uitkeringen. Dit werd voorgesteld als een eenvoudige maatregel, maar in werkelijkheid was dit mechanisme allesbehalve eenvoudig, en allerminst eerlijk en rechtvaardig.
Een strategie: alles onbegrijpelijk maken
Al enige tijd lijkt het alsof steeds een bepaalde methode wordt gevolgd. Die bestaat erin mist te spuien en de wetgeving almaar complexer te maken. Politieke akkoorden monden uit in gebakken lucht, of om de woorden van Bart De Wever te gebruiken: in “stinkende kamelen”. De pensioenhervorming is daar een treffend voorbeeld van. Door de gelijkgestelde periodes en de terugwerkende kracht van bepaalde maatregelen weten burgers niet meer precies wat hun rechten zullen zijn. We kunnen ons dan ook terecht afvragen hoe zinvol het principe dat iedereen geacht wordt de wet te kennen nog is wanneer die wet voor de meeste mensen onbegrijpelijk wordt. Ook de soap rond de btw op afhaalmaaltijden illustreert hoe we daarnaar afglijden.
Een regering ingehaald door de realiteit
De afgelopen dagen werd de regering door de realiteit ingehaald. Door de kritiek van de Raad van State en het Planbureau en onder druk van de al te vaak genegeerde sociale partners, de oppositie in het parlement en de mobilisering op straat, heeft de regering een reeks maatregelen moeten uitstellen. Daaronder de indexsprong “light”, een aantal pensioenhervormingen en verschillende maatregelen die de arbeidsmarkt nog flexibeler moeten maken. Het is altijd nuttig om erop te wijzen dat we in een rechtsstaat leven en dat, om wetten te wijzigen, er bepaalde stappen en principes moeten worden gevolgd. Het is jammer dat het tot beroepsprocedures of dreigementen moet komen om gehoord te worden.
Geen indexsprong? Het vergiftigd geschenk
Tegelijk zorgen geopolitieke spanningen voor stijgende energie- en brandstofprijzen, met een kettingreactie naar alle consumptiegoederen tot gevolg. In die context duiken bepaalde oude recepten weer op. De indexsprong “light” krijgt kritiek, maar een deel van de politieke rechterzijde stelt als antwoord dan maar een echte indexsprong voor, want eenvoudiger om uit te voeren, maar met effecten die op de inkomens van onze volledige loopbaan zullen doorwegen. CD&V en MR hebben het idee van de indexsprong verworpen, maar we moeten altijd op onze hoede zijn wanneer rechtse partijen dit naar voren schuiven.
Het voorstel van de MR-voorzitter is nu: geen indexsprong en een omgekeerde “cliquet” op de brandstofprijzen. Het liberale idee is een vorm van indexering die enkel geldt voor werknemers, niet voor mensen met een sociale uitkering. Het onderliggende principe is om de kloof groter te maken tussen wie werkt en wie zogezegd “profiteert” van het systeem. Maar mensen met een sociale uitkering armer maken, zal de werknemers niet rijker maken.
De index “à la Bouchez” zou in de praktijk een netto-index zijn. De werknemer zou de 2% indexering dus netto ontvangen, zonder dat de werkgever nog iets bovenop dat nettobedrag moet betalen.
Concreet: als de werknemer 20 euro krijgt, kost dat het bedrijf ook 20 euro.
De grote winnaar is de werkgever, die de bedrijfsvoorheffing en de sociale-zekerheidsbijdragen op die 2% indexering uitspaart. De werknemer ontvangt hetzelfde als nu, maar omdat zijn brutoloon niet stijgt, zal hij minder vakantiegeld, minder eindejaarspremie krijgen, een lager loon ontvangen bij ziekte en ook minder pensioen opbouwen, en dat gedurende zijn hele loopbaan. Het verlies stapelt zich mettertijd op. Aan staatszijde lijdt de sociale zekerheid reëel verlies, net als de financiering van de openbare diensten.
Met de Bouchez-formule gaat het voordeel volledig naar de werkgever, terwijl de werknemer op alle vlakken verliest. De werknemers worden zelfs driemaal gestraft:
- de prijzen blijven stijgen;
- het nettoloon evolueert nauwelijks;
- de sociale zekerheid en de openbare diensten worden verzwakt.
Een obese staat?
“Obees” is het woord dat politici bewust gebruiken: een culpabiliserend, minachtend synoniem voor “zwaarlijvig” dat insinueert dat de staat ziek zou zijn... Los van deze slecht gekozen term worden systematisch enkele elementen vergeten. De taxshift die enkele jaren geleden werd doorgevoerd, heeft de sociale bijdragen en de vennootschapsbelasting verlaagd zonder enige compensatie voor de overheidsfinanciën. Onder de regering-Michel werd al een indexsprong doorgedrukt. Door tal van maatregelen werd de manoeuvreerruimte van de staat almaar kleiner. In die context spreken over een obese staat die te veel uitgeeft, is op zijn minst een zeer eenzijdige visie.
Zo’n stellingen vallen onmogelijk te verdedigen als je de realiteit op het terrein bekijkt. Dan moet je aan een leerkracht uitleggen dat hij méér moet werken voor hetzelfde loon, aan leerlingen dat ze in overvolle klassen moeten blijven zitten, aan patiënten dat ze moeilijker toegang tot zorg zullen hebben of aan een deeltijdse kassierster bij Cora dat ze uit de werkloosheid zal worden uitgesloten en geen recht meer zal hebben op vervroegd pensioen.
Een beleid dat ongelijkheid vergroot
Als gevolg van de recente beleidskeuzes ontstaat een grotere ongelijkheid en worden de meest kwetsbare mensen gestigmatiseerd. Alleen de uiterst rechtse politieke stromingen laten voortdurend uitschijnen dat deze mensen bewust voor bestaansonzekerheid zouden kiezen.
Het beleid dat onder meer Georges‑Louis Bouchez voert, past volledig in die logica. Het zet de tegenstellingen op scherp, ondermijnt de solidariteit en geeft systematisch voorrang aan de belangen van het kapitaal en de aandeelhouders. Thema’s als jobcreatie of een verdeling van de arbeid ontbreken hierbij, net als een rechtvaardigere fiscaliteit. De nadruk ligt op het terugdringen van de overheidsuitgaven, ten koste van de toegang tot essentiële diensten en van de sociale zekerheid.
Een laatste voorbeeld geeft een concreet idee van wat er op het spel staat. Kunnen we echt geloven dat een deeltijdse werknemer, of meer algemeen iemand met een bescheiden inkomen, systematisch een eigen huis kan kopen? Kan hij gemakkelijk isolatiewerken financieren of zijn verwarmingssysteem vervangen? Voor deze mensen blijven de sociale zekerheid, kwaliteitsvolle en voor iedereen toegankelijke openbare diensten en de automatische indexering van lonen en uitkeringen de echte dammen tegen bestaansonzekerheid.
Als deze vormen van bescherming worden afgezwakt, groeit de ongelijkheid en wordt een deel van de bevolking blootgesteld aan onwaardige leefomstandigheden. Dit voedt ook sociale spanningen, wat haaks staat op wat een moderne en beschaafde samenleving zou moeten zijn. Het probleem is niet een staat met te veel middelen, maar wel een staat die er te weinig heeft. De oplossing ligt dan ook niet in het verminderen van de uitgaven, maar in het verhogen van de inkomsten. In die optiek moet de loonindexering behouden blijven, is er nood aan een rechtvaardigere en progressievere fiscaliteit en moeten net méér kwaliteitsvolle jobs worden gecreëerd in plaats van minder.
Hoe wij de samenleving zien
Een andere visie op de samenleving is mogelijk. Een samenleving waarin iedereen zijn plaats heeft, waarin waardigheid gegarandeerd is en waarin de rijkdommen op een eerlijkere manier worden verdeeld. Dit project is realistisch en betaalbaar. Het gaat uit van duidelijke politieke keuzes.
Het is een kwestie van kiezen voor de sociale zekerheid, voor de openbare diensten, voor het sociaal overleg en voor de loonindexering: dat zijn de fundamenten, de hoekstenen van een rechtvaardige samenleving waarin het goed leven is. Iedere poging om dit op losse schroeven te zetten, zal door ons bestreden worden!
Laten we steeds in gedachten houden dat extreemrechts nooit geleid heeft tot sociale vooruitgang; het blijft een voedingsbodem voor geweld en ongelijkheid! We mogen onze waakzaamheid op geen enkel moment laten verslappen.
Wij, de BBTK, kiezen resoluut voor het progressieve project! Wij willen een samenleving waarin iedereen zijn plaats heeft, waarin iedereen waardig en met respect voor elkaar kan leven. Samen sterk!
Naar aanleiding van dit artikel hebben wij enkele interessante brochures opgesteld:
- een brochure over de index;
- “Laten we het noorden niet verliezen”, met daarin onze vier ijkpunten voor de samenleving (sociale zekerheid, sociaal overleg, loonindexering en vakbondsvrijheden).